Met nog maar een half jaar te gaan en twee weken zomerverlof voor de deur waren de plannen gesmeed om het noordwesten van de VS te gaan bekijken. Waarheen en hoever wisten we niet; we zouden van dag tot dag gaan leven en rijden, niets plannen en pas terugkeren als het geld op was of de kinderen aan het muiten zouden slaan. Dit laatste gebeurde gelukkig pas na 10 dagen. Al met al hebben we in 12 dagen meer dan 6000km gereden, 6 staten en Canada bezocht, 4 National Parks afgevinkt, 2 scheuren in onze voorruit gecreeerd en minimaal 1000 keer Midas' speen op de achterbank gezocht. Laten we het verhaal korter houden dan vorig jaar! Oh ja en voor de liefhebber die niet genoeg kan krijgen van onze reis zullen we wat extra fotoos plaatsen in ons digitale fotoalbum.
6000km dolle pret!
De achterbank is er klaar voor!
Nadat we om drie uur 's nachts vertrokken en Marieke hadden afgezet in San Francisco voor haar retourvlucht verlieten we California en zetten we koers richting de verzengende woestijn van Nevada. Waar de gemiddelde Amerikaan dit beschouwd als een waardeloos stuk grond konden wij uren genieten van lege wegen, de afwezighied van een bebouwde kom en een eindeloze horizon. Nevada staat garant voor het maken van mijlen en tegen onze verwachting in haalden we Twin Falls in Idaho waar we de eerste nacht verbleven. De achterbank hield het goed.
De opgebouwde psychische voorsprong op het niet bestaande programma deed ons besluiten de highway te verlaten en via schitterende kronkelwegen door het land van de "Famous Potatoes" (zoals de locals het zelf noemen) koers te zetten naar Grand Teton National Park in Wyoming, de staat met de minste inwoners.
Even de benen strekken in Grand Teton
Grand Teton is een gebergte dat vanuit het niets oprijst uit de priaires. We besloten dat het mooi genoeg was om rustig doorheen te toeren maar dat het praktisch niet haalbaar was om met de kids de toppen te bedwingen dus na veel oohs en aahs werd gelijk doorgereden naar Yellowstone National Park dat grenst aan de Tetons.
Veel wildlife op de weg: hier een imposante Elk
Yellowstone was eigenlijk de enige mijlpaal die we wilden bereiken en daar Bjorn een aantal klasgenoten heeft uit die regio die genoeg mooie verhalen hadden verteld besloten we een dag of 4 uit te rekken om het park te verkennen. Om een lang verhaal kort te maken zal ik onze wapenfeiten in Yellowstone even opsommen. We hebben gespot: drie Grizzly's (waarvan een jong), 2 coyotes, 1 Bald Eagle met nest jongen, 1 mama moose (=eland en niet zoals Midas zegt appelmoose...) met jong en verder uch bisons (waarvan een aantal vervaarlijk dichtbij) en elks (herten ter grootte van een bestelbus met een gewei waar half Enkhuizen z'n was in kan drogen).
...en wij maar denken dat ze niet meer in het wild voorkwamen...
... een eland met jong lekker aan het grazen
Maar Yellowstone zou Yellowstone niet zijn als we geen geisers hadden gezien. Nu zijn er meer plekken in de wereld waar deze jongens aan de oppervlakte liggen maar nergens schijnen ze zo groot, divers en in zulke grote getalen aanwezig te zijn als hier (het blijft Amerika he...). Vooral Jules en Brenda raakten niet uitgekeken op de vele bubbelende, helderblauwe poeltjes, metershoge spuiters en dampende zwavelluchten. Mede hierdoor hebben we een fix aantal wandelingen kunnen maken en hebben we een onvergetelijke indruk van het park overgehouden. Zelfs een zeer close encounter (<2 meter) met een stel imposante bisons tijdens een van onze wandelingen (Bren ziet ze toch liever op een broodje...) mocht de pret niet drukken. Nadat de kids nog een frisse duik in een snel stromend riviertje hadden genomen en de "schtimmung" er goed in zat besloten we wat meer mijlen op de mijlenteller te zetten en nog verder noordwaarts te gaan.
Jules voor een "bubbelbad"
Kijk mama, zo'n spuitding doet het weer!
Lekker wandelen in Yellostone
We kwamen uit in St Mary, een gehucht op de grens van Glacier National Park in Montana. Glacier Park is de verbeelding die je hebt wanneer je denkt aan de Rocky Mountains: grijze bergen, witte sneeuwtoppen, groene naaldbossen en blauwe meertjes. Ondanks dat een deel van de scenic route was ingestort hebben we veel van het park kunnen zien en heerlijk genoten van de vergezichten en rustieke meertjes. Nadat we hadden gecheckt of we onze paspoorten bij ons hadden besloten we de Homeland Security aan een test te onderwerpen en kruisten we de grens VS-Canada.
Mooi uitzicht vanuit het Prince of Wales hotel in Waterton, Canada
De natuur trekt zich niets aan van grenzen maar karaktertrekken blijkbaar wel want het leek alsof we in een andere wereld terecht waren gekomen. Het was Amerika met een gezellige Schotse invloed (maar dat kan ook door het weer komen want het was een behoorlijke waaidag en het regende). Na een heerlijke dag gingen we terug richting de Amerikaanse douaniers (spannend!!) en nadat zij hadden geconcludeerd dat het enige verdachte in onze auto de appels waren (weet nog steeds niet waarom...) waren we weer thuis. Na een bezoek aan de westzijde van het park besloten we de kinderen die nog steeds niet geklaagd hadden te trakteren op een paar dagen welverdiende rust.
Lake Cameron: temperatuur rond het vriespunt!
En die rust werd genoten op een camping in het dorpje Polson (Montana) aan Flathead Lake, het grootste binnenmeer in de VS gelegen tussen hoge bergen. Omdat we dit keer de tent hadden thuisgelaten maar we het kampeergevoel niet kunnen missen namen we de proef op de som en huurden we een cabin op de camping. Een hele goede keus: kamperen met een schommelstoel voor je deur en de afwezgheid van een stoffer en blik (we hadden ook nog wegwerpbestek dus ook geen afwas!) was voor ons tot nu toe de meest luxe vorm van kamperen. De opblaasboot die Bren net voor een prikkie had gescoord werd tevoorschijn gehaald en nadat we erachter kwamen dat de "duration" van de boot 1 uur was vanwege een gat in de bodem speelden we twee dagen lang piraat op het meer. De biertjes in de avond en een goed leesboek resulteerde in een heerlijk onstpannen vakantiegevoel.
Even tijd voor de kids om te onstpannen
Toch stiekem even naar de camping!
Papa probeert z'n zeemans kwalificatie op peil te houden...
Onze belangrijkste reisadviseur was Jim, een klasgenoot uit hartje Montana en onze beste "wandel-maat" die onze wegenkaart voor vertrek volledig geel had gehighlight met scenic routes. Nu zat Jim nog in Monterey maar z'n ouders wonen in Missoula op een schitterend landgoed met paarden aan de rand van de rockies en laten we nu toevallig hun telefoonnummer bij ons hebben. Na een gezellige dag op de veranda waar Bren en ik stiekem over een nooit te bereiken toekomst aan het dromen waren en waar de kids lekker in het gras hebben gespeeld besloten we de dag met heerlijke steaks en brachten we de nacht daar maar door.
En een dagje spelen op de boerderie bij de familie Nelson
De volgende dag zou worden beheerst door een lange rit naar het westen dwars door een schitterend gebergte. De twaalf uur die we die dag in de auto doorbachten bleek voor de achterbank reden genoeg om ons het leven zuur te gaan maken en aangezien we afgesproken hadden dat dit een van de redenen zou zijn om te terugreis aan te vangen besloten we een rendez vous te prikken met Crater Lake National park in Oregon dat zich op "slechts" 9 uur van ons huisje bevindt zodat we de terugreis snel zouden kunnen maken.
Op de rand van de vulkaan bij Crater Lake, Oregon
Toch nog sneeuwpret op de laatste dag!
Crater Lake is, zoals de naam al doet vermoeden, een immense kraterwand opgevuld door een meer. De kleur blauw laat zich moeilijk omschrijven (behalve voor diegenen die ons bankstel kennen, althans een week na oplevering) maar het overtrof iedere tropische zee die ik heb gezien (en dat zijn er veel!). Na snel wat fotoos te hebben geschoten en een sneeuwballengevecht in ons zomertenue werd de terugreis aangevangen en kwamen we midden in de nacht weer veilig aan in ons nederige stulpje in Pebble Beach.
Was het mooier dan vorig jaar? Moeilijk te zeggen, laten we het "anders" maar "minstens zo indrukwekkend" noemen. En om Marieke aan te halen, hebben we de American Dream gevonden? Ja, we dromen ons scheel! We dromen dat het grondoppervlak van Nederland ooit nog een duizend maal zo groot wordt opgevuld met bergen, woestijnen en bossen. We dromen dat we op de driesplitsing van deze landschappen een mooie boerderij kunnen neerzetten waar we heerlijk kunnen ontspannen en waar we geen mens binnen 100 kilometer zien (en geen bisons binnen 100 meter...). Waarschijnlijk blijft het daar echter bij maar we hebben er in ieder geval even aan mogen ruiken!
Happy Family! |